Een klein dorp in de Vechtstreek boven Utrecht met overwegend oude huizen ontleent zijn bestaan aan het kasteel Slot Zuylen dat hier in 1510 verrees. Het kasteel is aan de noordzijde begrensd met een monumentale slangenmuur en huisveste een tijdlang de schrijfster Belle van Zuylen.

Aan het kerkepad tussen de slotgracht en de rivier de Utrechtse Vecht ligt een klein huis met een groot achterkavel. Rondom het huis sluimert de historische sfeer van het kasteel, de kerk en de bruggen. Aan de voorzijde kijkt het uit over de velden en de veranderlijke stroming van de Vecht. Aan de achterzijde blokkeren drie bijgebouwen het zicht op de slangenmuur en het kasteel.

Er verrijst een nieuw achterhuis dat het zicht opent naar de monumenten aan de overzijde. In het interieur van het achterhuis zijn door een spel met hoogteverschillen extra kamers gecreëerd. Een entree, een werkruimte, een slaapkamer en een gastenverblijf in het souterrain. Ter plaatste van de niveauverschillen zijn de ruimtes afsluitbaar voor zicht en geluid. Richting het kasteel is de gevel bijna volledig in glas uitgevoerd.

Uit respect voor de historische omgeving wordt het achterhuis uitgevoerd als een opgetild maaiveld. Donkere houten lamellen gemaakt van ruwe schaaldelen met schors dragen een zacht begroeid dak waarmee de nieuwbouw zich verhult in de landschappelijkheid van de omgeving.

X

 

ROLFREICHARDT

Deze site heeft Flash Player 9 nodig.

Klik hier om Flash te installeren.